De Magische Motor

Het festival Fresh Notes in Spring wordt georganiseerd door Anna Backerra.
In de Stentor, het Dagblad van Deventer, is op zaterdag 25 januari 2014 een artikel over haar verschenen, waarin de achtergrond van haar vurige wens om alle kinderen de kans te geven muziek te maken, uitvoerig wordt besproken.

///

Anna’s grote muzikale verlangen

Haar ruime werkkamer bevindt zich in de uitbouw van haar Deventer woning. Twee bureaus heeft ze er tot haar beschikking. „Die kan ik goed gebruiken, want ik heb twee verschillende beroepen door elkaar heen. Zo kan ik simultaan aan dingen werken.” Natuurkundige en componiste is ze, Anna Backerra (..), geboren in Maastricht, sinds 2003 woont ze in Deventer. „Dit is mijn paradijs.”

anna-backerra-fresh-notes-in-spring

Compleet gescheiden zijn haar beide banen niet. Er is een link tussen muziek en natuurkunde, vertelt ze. Ritme, klank, melodie: Daar heeft ze over geschreven en ze houdt er lezingen over.

Het gesprek gaat over haar componistenbestaan. Het wonderlijke verhaal hoe het zo gekomen is en dat volgende week zijn voorlopig hoogtepunt vindt in de uitvoering van twee van Backerra’s composities in Sint-Petersburg.

[pullquote type=”1″ align=”left”]
Ik heb één Russische overgrootmoeder, die heeft geloof ik veel aangericht bij mij
[/pullquote]

Ze onderhoudt een nauwe band met de muzikale kant van Rusland. „Ik heb één Russische overgrootmoeder, die heeft geloof ik veel aangericht bij mij”, lacht ze. De concrete contacten dateren van begin deze eeuw, toen ze in het kader van haar conservatoriumopleiding te Enschede in Sint-Petersburg een stage kon doen bij de componist Boris Tishenko (1939-2010), die leerling en assistent van Sjostakovitsj is geweest. „Ik had les in de kamer van Sjostakovitsj. Bijzonder hè?” Boris en Anna werden goede vrienden; ze bewonderden elkaars compositorische kwaliteiten. „Ik vond het heel verrassend dat hij zo positief was over wat ik deed. Misschien door het spontane ervan, de vrijheid van denken die eruit spreekt. Hij kwam uit de sovjet-tijd, en die vrijheid kon hij blijkbaar niet pakken.”

Maar ook Anna had die vrijheid bevochten. Als meisje wilde ze niets liever dan met muziek bezig zijn. „Ik zag Emmy Verhey (destijds beroemd violiste) op tv, ze had een prijs gewonnen. Opeens wist ik het: ik wilde een viool.” Acht was Anna toen. Maar ze kreeg geen viool, en ook naar andere instrumenten kon ze fluiten.

„Heel mijn jeugd was ik er bezeten van om muziekles te nemen. Ik was alleen ergens in geïnteresseerd als het met muziek te maken had. Er waren geen mogelijkheden, al heb ik wel altijd wat gehad aan de carnavalsliedjes in Maastricht. Heb ik een goed do-re-mi-gevoel aan overgehouden.”

Het zou tot haar 21e duren voordat ze dwarsfluit ging spelen. „Dat instrument was vrij goedkoop in aanschaf. Maar het bevredigde mij niet. Heb nog van alles geprobeerd: trompet, trommel, gitaar, zang. Nee, geen viool. Iedereen zei: die kun je op latere leeftijd niet meer leren spelen. Maar op m’n 33e gebeurde het dan toch. Op een geleend instrument. Ik was mijn hele leven lang wel alle mogelijke vingeroefeningen blijven doen. Mijn vingers moesten soepel blijven. Dus dat voordeel had ik.”

„Het was lastig in de praktijk, ik had al een gezin, maar met mijn verlangen naar muziek ging ik overal dwars doorheen.

De vioolles ging meer dan goed. Na drie maanden ging de leraar over op een programma voor kinderen die misschien nog eens naar het conservatorium willen.

Maar er was één groot probleem. „Dat notenschrift hè, ik wilde het niet leren en ik begreep niet waarom niet.”

Na twee jaar stopte ze. Nam nog wel les bij Ilya Grubert (een grootheid op viool, die in Nederland muziek doceerde).

Daarna begon haar carrière in buurthuizen en theaters. Als violiste die gekke geluiden maakte met haar instrument.

[pullquote type=”1″ align=”left”]
Als mijn kinderen naar school waren, leerde ik mezelf de nachtegaal na te spelen op viool
[/pullquote]

„Ik was volledig gefocust op de muziek en verzon voor mij een restauratieplan om mijn verloren jeugd in te halen. Als mijn kinderen naar school waren, leerde ik mezelf de nachtegaal na te spelen op viool. Heb er noest op gestudeerd. Storm, regen, wind, claxonnerende auto’s, krakende deuren, alles kon ik spelen. Nog meer vogels: de duif, de uil.”

„Maar ik kreeg behoefte aan gezelschap. Dat kon niet bij andere musici, want die zitten maar in die noten te staren. Dus ging ik voorstellingen voor kinderen geven. Ik nam acteerlessen bij een vriend. En ik schreef een sprookje, deed ik altijd al graag. Over een meisje, Olga, en haar toverviool. Ze speelde mijn eigen levensverhaal in een notendop.”

Ze had er geen idee van hoe je zoiets aanpakt. „Ik wist nérgens van. Begon maar in buurthuizen en zo. Het sloeg aan.”

Ik hield de kinderen niet bezig, ze deden echt mee. Orde houden was geen enkel probleem. Ik had ze nodig, zij waren het orkest, ik de dirigent. Ze maakten allemaal vogelgeluiden, fantastisch was het. Bliezen in hun handen, omdat in het sprookje een kasteel en het hele land bevroren waren. Ik was zelf ook weer kind, op mijn viool. Kreeg als het ware mijn kindertijd terug.”

„Iedere keer vorderde het sprookje verder, leerde ik weer meer van mezelf. Het was primitief van opzet, maar ik had er meer succes mee dan allerlei doortrapte jeugdvoorstellingen.”

Die toverviool komt terug in de suite voor orkest die donderdag in de Kleine Zaal van de Philharmonie in Sint-Petersburg klinkt. “A Magic violin in Holland” heet het stuk. „Daarin vertel ik nogmaals het verhaal, nu terugblikkend vanuit mijn volwassen componistenbestaan.”

Want uiteindelijk zou ze erachter komen, nam haar eigen sprookje een beslissende wending: ze wilde niet een specifiek instrument spelen, ze wilde componist worden.

[pullquote type=”1″ align=”left”]
Als mensen praten hoor ik soms eerder de melodie in hun stem dan wat ze zeggen
[/pullquote]

Ze werd wat ze altijd al was. „De muziek in mijn hoofd kan de geluiden om mij heen soms overstemmen. Als mensen praten hoor ik soms eerder de melodie in hun stem dan wat ze zeggen. Vandaar ook dat ik zo graag een opera wilde schrijven.” Van haar opera “Ulrike Meinhof” (libretto in het Duits van Arnoud Kremers) wordt een deel in Sint-Petersburg uitgevoerd. Zangeres is Mattanja van den Bos.

Na vijf jaar was het nachtegaalsprookje uit. In de Doelen in Rotterdam had ze het gespeeld voor zeshonderd mensen, in het Paleis voor de Kunsten in Brussel voor vierhonderd.

Maar wat nu?

„Iemand zei: waarom ga je niet bij een amateurorkest? Nou, toen heb ik me aangemeld bij het Twents Symfonieorkest onder leiding van Alex Geluk. Die zette mij meteen aan de eerste lessenaar, want ik had podiumervaring, redeneerde hij. Ik had amper ooit een orkest gehoord, het was overweldigend… Alex vroeg: Ga je nog meedoen? Ik zei: ik wil eerst wennen aan het geluid.”

Ze speelden de achtste symfonie van Dvorak en Backerra luisterde thuis naar de lp die ze daarvan had. „De derde keer kon ik al behoorlijk meedoen. Ik lette op mijn buurvrouw: als zij de stok omhoog deed, moest ik ook. Ik vreesde wel de dag waarop ze ziek zou zijn of zo. Dan zou ik door de mand vallen.”

Ze vroeg aan de musicoloog Peter Laport hoe je die timing onder de knie kunt krijgen. Hoe je dus in het notenschrift de zogenoemde rusten kunt lezen. Oké, zei Laport, maar dan leer ik je er ook meteen de noten bij.

Eindelijk.

Ze werd toegelaten tot het conservatorium in Enschede nadat ze een stuk had geschreven voor piano en zang. Ze werd geen vioolstudente („dat kan inderdaad vanaf een bepaalde leeftijd echt niet meer”), maar volgde de componistenopleiding. Na twee maanden schreef ze een stuk voor piano en twee fluiten en daar won ze tot haar eigen verbazing een prijs mee. „Iedereen stond paf: wat een ingewikkeld stuk, zeiden ze. Maar ik had gewoon mijn nachtegaal weer ingezet. Met nog een tweede vogel erbij. De fluiten waren de vogels, de piano was de boom.”

Ze maakte er ook indruk mee omdat het geen tonale muziek was, dus geen gewone akkoorden. „Daar hadden ze een hekel aan in het conservatorium.”

Ze ging naar Wenen voor een stage over Arnold Schönberg, voorvechter van de atonale muziek. En naar Sint-Petersburg, al wilde ze eerst niet. „David Rowland nodigde Boris Tishenko toen maar uit voor gastlessen in Enschede.” Waar het al snel klikte. En de band met Rusland kon gaan groeien, het land waar cultuuronderwijs nog hoog in het vaandel staat. „Hier heb je 25 minuten in de week muziekles, daar vier dagen een uur à anderhalf uur. Inclusief muziekgeschiedenis.” Het is het land waar dichters het hoogst in aanzien staan, direct gevolgd door musici. Backerra haalde in 2010 het Taurida Orkest voor het eerst naar Deventer. „Het speelde in de Lebuïnuskerk, 52 man sterk. Ik vond de violiste zo imponerend, dat ik de orkestsuite op haar ben gaan schrijven.”

Het Taurida Orkest voert onder leiding van dirigent Michael Golikov Backerra’s composities in Sint-Petersburg uit. Orkest en dirigent voeren ook Backerra’s project ‘Fresh Notes in Spring’ uit, dat in Deventer muziekworkshops geeft aan kinderen. Kinderen krijgen dan ook advies welk instrument het beste bij hen past.

Als er iemand weet hoe belangrijk muziek voor een kind kan zijn, dan is het Anna Backerra.

///

Tekst Sander Grootendorst
Foto Ab Hakeboom